Wijnsoorten uitgelegd
De wijnwereld kan overweldigend lijken: honderden druivensoorten, regio's en stijlen. Maar in de kern valt het reuze mee. In deze gids leggen we de belangrijkste wijnsoorten helder uit — wat ze kenmerkt, welke smaken je kunt verwachten en waar ze het best bij passen — zodat je met meer vertrouwen voor het schap staat.
Witte wijn: van fris tot vol
Witte wijn loopt uiteen van kraakhelder en fris tot rond en romig. Aan de frisse kant vind je druiven als Sauvignon Blanc (kruidig, citrus) en Riesling (bloemig, levendige zuren); aan de volle kant staat Chardonnay, die door rijping op eikenhout botertonen en body krijgt. Frisse witte wijnen passen bij vis, schaaldieren en salades; volle witte wijnen bij gevogelte en romige gerechten.
Rode wijn: licht, middel of vol
Rode wijnen deel je grofweg in op postuur. Licht en sappig zijn druiven als Pinot Noir en Gamay (rood fruit, zachte tannines), prima bij gevogelte en zalm. In het middensegment zit Sangiovese en Merlot. Vol en krachtig zijn Cabernet Sauvignon, Syrah en Malbec, met stevige tannines die om rood vlees en stevige stoofgerechten vragen. Hoe voller de wijn, hoe rijker het gerecht mag zijn.
Rosé: meer dan een zomerwijn
Rosé wordt gemaakt van blauwe druiven die maar kort op de schil rusten, waardoor een lichte kleur en frisheid ontstaan. Droge rosé uit de Provence is bleekroze, subtiel en heel gastronomisch — uitstekend bij mediterrane gerechten, salades en lichte grill. Rosé is veelzijdiger dan zijn zomerse imago doet vermoeden en past het hele jaar door bij lichte tot middelvolle gerechten.
Mousserende wijn: bubbels voor meer dan een toost
Champagne, Cava, Crémant en Prosecco delen één geheim wapen: hun bubbels en hoge zuurgraad reinigen het gehemelte. Daardoor zijn ze niet alleen perfect als aperitief, maar ook verrassend sterk aan tafel — vooral bij gefrituurd en zout eten. Een glas mousserend bij iets gefrituurds of een kaasplank is een van de meest onderschatte combinaties.
Zoete en versterkte wijn: voor het slot
Zoete wijnen (zoals Sauternes) en versterkte wijnen (zoals Port en Sherry) hebben een hoger suiker- of alcoholgehalte en zijn gemaakt voor het einde van de maaltijd. Ze passen klassiek bij desserts en kazen: een zoete wijn bij blauwschimmelkaas, een Port bij chocolade. Belangrijk: de wijn moet altijd minstens zo zoet zijn als het dessert, anders smaakt hij flets.
Niet zeker welke fles?
Typ je gerecht in en Wijntje kiest direct drie wijnen die passen — met uitleg waaróm, en waar je ze koopt.
Vind een wijn bij je gerecht